Na afschaffing van de coronamaatregelen, werken Nederlanders momenteel nog ruim tweemaal zoveel thuis als vóór de pandemie, gemiddeld 6,5 uur per week. Op lange termijn verwachten zij iets vaker naar kantoor te gaan, maar nog altijd tweemaal zoveel thuis te blijven werken als vóór de pandemie, gemiddeld 6 uur per week. Daarnaast is de houding die Nederlanders hebben ten aanzien van verschillende vervoerwijzen weer nagenoeg gelijk aan die van vóór de pandemie. Dit blijkt uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onder een representatieve groep Nederlanders die meerdere keren werden bevraagd.

Thuiswerken

Iets meer dan 4 op de 10 werkenden werkt wekelijks wel eens thuis. Dit is minder dan toen het thuiswerkadvies nog van kracht was, maar meer dan vóór de pandemie. Toen werkte 3 op de 10 werkenden wel eens thuis. Het aantal uur dat werkenden gemiddeld thuiswerken is iets meer dan verdubbeld, van gemiddeld 3 naar 6,5 uur. De helft van de werkenden geeft aan dat zij niet kunnen thuiswerken, omdat het werk zich daar niet voor leent. 

Op lange termijn verwachten werkenden nog een kleine afname in het aantal uren dat zij thuiswerken. Uiteindelijk denken zij gemiddeld tweemaal zoveel thuis te werken als vóór de pandemie, gemiddeld 6 uur per week. Dit is ongeveer gelijk aan de verwachtingen die werkenden in april 2021 hadden, toen er nog meerdere coronamaatregelen van kracht waren. De toename in thuiswerken is niet voor iedereen hetzelfde. Hoger opgeleiden, mensen met een kantoor- of managementfunctie en mensen die met het ov naar het werk reizen verwachten bijvoorbeeld een grotere toename dan anderen. 

Net als vóór de pandemie reizen werkenden op dinsdag en donderdag het vaakst voor het werk. Deze dagen lijken de populairste dagen te blijven om naar kantoor te gaan, zo blijkt uit het KiM-onderzoek. Bij iets minder dan 1 op de 5 thuiswerkers (18%) stimuleert de werkgever dat medewerkers niet allemaal op dezelfde dagen naar de werklocatie komen.

Oordeel vervoerwijzen

Tijdens de pandemie veranderde de houding Nederlanders ten aanzien van vervoerwijzen. Zij waren positiever over de auto, maar minder positief over het openbaar vervoer. De houding ten aanzien van de fiets en lopen bleef nagenoeg gelijk. Hoewel er een stijgende lijn in zit sinds januari 2021 is de houding die Nederlanders hebben ten aanzien van het openbaar vervoer nog niet dezelfde als vóór de pandemie. Over de auto zijn zij weer net zo positief als vóór de pandemie.

Mobiliteit, onderwijs en impact van de pandemie

In het onderzoek besteedt het KiM ook aandacht aan de effecten van de pandemie op de mobiliteit en het onderwijs. Daarnaast gaat het over de maatschappelijke impact van de pandemie. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat Nederlanders steeds vaker met de e-fiets reizen en dat met name studenten in het HBO/WO nog relatief vaak thuisonderwijs volgen. Ook blijkt dat ongeveer 10% van de mensen zich momenteel nog beperkt voelt door de coronamaatregelen en -adviezen van de overheid. 

Gerelateerde artikelen:
Print Friendly, PDF & Email