De afgelegde afstand per dag bepaalt in sterke mate welke vervoersmodi we kiezen.

Al zitten we nog in de staart van de coronapandemie, de volgende crisis woedt al volop. Terwijl donkere wolken zich boven de eurozone samenpakken, in de vorm van economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne en de hoge inflatie, kampen we in Nederland met de klimaatcrisis, een energiecrisis, een vertrouwenscrisis tussen burgers en de politiek, een uit de hand lopende vluchtelingencrisis, een landbouwcrisis, de stikstofcrisis, de toeslagencrisis, een woningmarktcrisis en niet te vergeten de personeelscrisis.

Hoe dan ook, een crisis is een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel, van welke aard dan ook, ernstig verstoord raakt. Welke crisis we ook benoemen, we zijn het er in Nederland ondertussen ook over eens geraakt dat de overheid er iets moet aan doen. Terwijl we daar op wachten kunnen we ons volop zorgen maken over een ander fenomeen dat de kop opsteekt. Het fileprobleem en het verkeersinfarct.

overheid

ANWB verwacht een ‘permanent verkeersinfarct’, en vaker ‘bumper aan bumper’ rijden. Duidelijk is dat de bereikbaarheid van Nederland prioriteit moet krijgen. Zoals het hoort in Nederland wil dus ook de ANWB dat het Rijk op korte termijn met een plan van aanpak moet komen. Eerder kwamen we het woord stikstofcrisis tegen en daardoor kunnen veertien projecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) niet tijdig worden uitgevoerd door een gebrek aan stikstof-experts. Dat blijkt uit een brief die minister Harbers van I en W naar de Kamer heeft gestuurd.

De ANWB onderkent de complexiteit van de stikstofproblematiek, maar vindt dat de bereikbaarheid van Nederland prioriteit moet krijgen en dat de doorstroming ondanks de stikstofbeperkingen bevorderd moet worden. Om wildgroei aan lokale maatregelen te voorkomen, zou de landelijke politiek hierbij de regie moeten pakken en op korte termijn een plan moeten opstellen. Als nu niet wordt ingegrepen bestaat het risico dat Nederland vastloopt, met alle economische en sociale gevolgen van dien.

Mobiliteit is noodzakelijk om deelname aan de maatschappij te garanderen. De stikstof- en klimaatcrisis geven ons de kans om mobiliteit anders aan te pakken. Een eerste vereiste is dat we gaan verminderen, minder kilometers en vooral meer nabijheid. Het snoeien van asfaltkilometers moet toch zorgen dat we kunnen verplaatsen: meer te voet, met de fiets, met het openbaar vervoer of gedeeld.

(De tekst gaat verder onder de foto.)
Iedereen moet gebruik kunnen maken van gedeelde mobiliteit.

duurzaamheid

Door ons mobiliteitsgedrag van vandaag brengen we de mogelijkheid van onze kinderen en kleinkinderen om zich in de toekomst te verplaatsen in gevaar. Duurzame mobiliteit omschrijven we als voldoende mobiliteit om volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk leven zonder dat de negatieve gevolgen van ons individueel mobiliteitsgedrag de mobiliteit van anderen op korte of lange termijn nadelig beïnvloeden.

Wanneer een verplaatsing met de auto onvermijdelijk is, kiezen we voor een gedeelde auto, delen we onze rit met anderen en zorgen we voor de minst vervuilende wagen. Misschien kunnen we ons ook iets meer verdiepen in het MaaS concept. We vermijden zoveel mogelijk onnodige verplaatsingen door te kiezen voor bijvoorbeeld telewerken en staan bewust stil bij ons verplaatsingsgedrag. Gedeelde mobiliteit kan daarbij helpen.

werken aan oplossing

Gedeelde mobiliteit heeft de toekomst en biedt meer mogelijkheden om aan te sluiten bij de wens van de reiziger. Daarmee bedoelt men alle mobiliteit die voor iedereen toegankelijk is en die je vaak samen gebruikt. Dit kan de bus of de trein zijn, maar ook een taxi, deelauto of een deelfiets. Ook meerijden met iemand past binnen gedeelde mobiliteit.

Iedereen moet gebruik kunnen maken van gedeelde mobiliteit. Dit gaat om fysieke toegankelijkheid, zoals rolstoelgebruikers,  maar ook om mentale toegankelijkheid. Barrières die reizigers met een beperking ervaren moeten we zoveel mogelijk wegnemen. Om goed aan te sluiten bij de wensen van verschillende groepen reizigers, blijft maatwerk essentieel. Dat betekent niet dat iedereen gebruik moet maken van gedeelde mobiliteit.

We moeten beseffen dat de auto voor veel mensen een belangrijk vervoersmiddel blijft. Maar met gedeelde mobiliteit kunnen we alle reizigers een alternatief bieden en zo kan iedereen zelf bepalen of hij of zij wil meewerken aan de oplossing van een crisis. Niet alles moeten we van de overheid verwachten, zelf zijn we essentiële schakels in de oplossing.

Gerelateerde artikelen:
Print Friendly, PDF & Email